De tocht van vandaag voert ons langs Madrid de Sierra de Guadarama in, die nog mooi besneeuwd zijn deze tijd van het jaar. Boven de 1800 meter kunnen we zowaar enkeldiep in de sneeuw lopen. Aan de andere kant van het gebergte dalen we weer af richting Segovia.
Filips V liet in de eerste helft van de 18e eeuw in de omgeving van Segovia het buitenverblijf San Ildefonso neerzetten, dat moest lijken op Versailles. Het is een imposant geval, een koning waardig, en lekker koel ‘s zomers. En in mei trouwens ook.
Er hangt een vorstelijke verzameling Vlaamse wandtapijten (groot en mooi), en verder is de inriching prachtig compleet, met alle stijlmeubelen van rococo tot empire toe. Overal staan kostelijke antieke uurwerken in alle vormen en maten, van simpele arcadische tafereeltjes in marmer tot vergulde klassieke tempels. Ze lopen allemaal min of meer gelijk, zodat je elk kwartier een gespreid salvo tinkeltjes door de paleiskamers hoort gaan. Hoogtepunt is de Chinese kamer, met elegant lakwerk en (waarschijnlijk) vreselijk dure dwerghoge Ming vazen. Maar goed, ze gaan lang mee die dingen. De tuin is een hogeschoolvoorbeeld van tuinarchitectuur. Groot (6 km) en prachtig aangelegd. En waar je ook kijkt zie je beelden en fontijnen. Maar er is natuurlijk ook veel bos. Zoals een Engels 18e eeuws tuinboek voorschrijft: ‘However small your garden is, make sure to plant at least two acres of woodland’.
Vlakbij ligt dus Segovia zelf boven op een steile heuvel, met een elegante kathedraal, en het grootste overgebleven Romeinse aquaduct in Europa. Op het puntje van de heuvel ligt het Alcazar, een middeleeuwse sterkte op de fundamenten van iets Moors.
Het Alcazar gaat al bijna dicht om half acht en het is nu zeven uur. Gelukkig komen we er achter dat vandaag , de derde dinsdag van de maand, de tickets voor Europeaanse toeristen gratis zijn. Dat vanwege de vele bijdragen van Brussel aan het restaureren. Ik hanteer nog snel een fototoestel voor een troep Japanse jongelingen, die perse met z’n allen op de foto willen, en niet met z’n allen min een, en we duiken over het smalle bruggetjenog even het Alcazar in. Het is een middeleeuwse sterkte, met een mooie ridderzaal – prachtig gerestaureerd -, en zalen vol harnassen, kanons en kruisbogen. Vanuit de gothische ramen heb je mooi uitzicht op de groene omgeving en kan je de Parador zien liggen, waar we logeren.
De parador van Segovia ligt buiten de stad op de heuvel tegenover die van de oude binnenstad. Het is een modern geval met van binnen een verrassend knusse kasteelachtige sfeer. Als je bij ons op het balkon gaat staan, heb je een prachtig uitzicht op Segovia, en hoor je een nachtegaal zingen. De elegante kathedraal steek mooi af tegen het platteland erachter, en het aquaduct ligt in de zon te bakken.
Tegen donker zitten we in de eetzaal met vorstelijk uitzicht op Segovia. De lucht kleurt eerst roze en dan rood, en hier en daar plingelen de eerste lichtjes. De pot schaft eerst allerlei snackjes, dan artisjokken met ham, en groente in tempura, vervolgens gefrituurde langoustines en een stuk ‘suckling pig’ uit een houtoven. Gelukkig is er een lift en hoeven we niet met de trap naar de kamer te strompelen.
We wennen snel aan de gebruikelijke dagindeling: ontbijt: laat, lunch: laat, diner: laat.
Buenos Tardes.
.jpg)




.jpg)
.jpg)
.jpg)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten