zondag 26 mei 2013

Toledo

We staan voor de keuze van vandaag:  gaan we Madrid in of doen we een toertje Toledo? Madrid heeft het Prado en talloze andere musea, maar daar kunnen we nog een stedentripje aan besteden. Toledo is wel wat verder van Salamanca, maar is vanuit Madrid zonder auto weer lastig. Het wordt Toledo. Vanwege het miniatuurzwaardje uit Toledo, dat Jo Dominicus meenam van een van zijn reizen. Als je van af zijn zijraam naar binnen keek de huiskamer in, zag je het hangen. Dat is veertig jaar geleden. Maar toch trekt zoiets. Verder zijn er beroemde el Greco’s te bewonderen (niet in Jo’s huiskamer). Zo gezegd, zo gedaan. Een pittige rit voert ons weer langs Avila, waar we tanken, de muren nog een keer bewonderen en de aseos bezoeken. Vervolgens wordt de weg bochtiger en het landschap ruiger en bergachtiger. We scoren onderweg nog een vliegende adelaar, en daar zien we het Alcazar van Toledo liggen. Het lijkt nogal op de Tower of London.






Binnen de muren heerst een heel andere sfeer dan in Salamanca. Eerder zoiets als Valkenburg op een drukke zondagmiddag. Veel dagjesmensen en toeristen uit Madrid, veel flut souvenirwinkeltjes, en veel edele zwaarden  te koop voor te duur. Jammer, want de stad zelf is zeer de moeite waard. Het  feest van Corpus Christi komt eraan, echter pas  vanaf morgen. De route van de processie is versierd met vlaggen, en overdekt met zeildoek. In de kerken staan de processiewagens al klaar, alleen de Corpi moeten nog worden gemonteerd.

De kathedraal is volgens de boekjes gratis toegankelijk op zondag. Daar is geen woord aan gelogen, want er is een gratis ingang. Je mag de kerk in en komt in een soort corral terecht, waar je niet uit mag. Wil je wat zien, dan moet je de volle mep van acht euro betalen. Wel met gratis audioguide. Maar die geeft weer niet aan waar de Greco’s hangen. Normaal hangen die in de sacristie, maar die wordt gerenoveerd en is momenteel gesloten. De kunstschatten hangen dus her en der in de altaren, met een hek ervoor. Ze zijn erg slecht te zien. Jammer. Gelukkig is de Kathedraal van binnen verder erg mooi.

Aangezien we precies de verkeerde poort de stad uit komen, doen we het  ‘pad van Don Quichot’ langs de rivier nog even erbij, zij het op een holletje. Kuieraars, sportvissers en dutjesdoeners kijken verbaasd en lodderig op.
De rit richting airport verloopt voorspoedig, zij het dat we de huurauto inleveren op T4 en we op T2 blijken te moeten zijn. En dat is twintig minuten met de airportbus. Het self-inchecken gaat weer fout, en aan de balie blijkt dat een van de tickets gecanceled is. Via het plakboek, waar de boarding passes van de heenreis ingeplakt zijn, kunnen we gelukkig verhaal halen. Een en ander wordt snel en correct gladgestreken. Dan volgt het ritueel van de security control: riemen af, sleutels in een bakje, computer en snoeren uit de tas, door het poortje, piep-piep-piep, weer terug, nog meer uit de zakken, en  alles weer inpakken en aangorden. Bij de gate verkopen ze gelukkig blikjes gekoelde San Miguel, om het een en ander af te blussen. Wie reist, zal de voors, maar ook de tegens  moeten savoureren. Onze reisorganisatie blijft niet achter: als wij de pericelen melden (ten behoeve van volgende reizigers), volgt een uiterst correcte follow-up. Hulde!
  


Rest ons niets anders dan kond te doen van een rustige thuisvlucht met piloot Gert-Jan Molenaar, en een late rit per automobiel richting onze thuisstad.

Een mooie reis!   

zaterdag 25 mei 2013

Salamanca op zaterdag

Salamanca is een stad om je hart aan te verpanden. Zoals gezegd wandelen we over de romeinse brug de binnenstad in, waar het een gezellige drukte is. Het blijkt dat  vandaag het eerste communie feest wordt gevierd. Dat gaat gepaard met veel familie in deftige kleren en voor de meisjes witte lange bruidsmeisjes jurken.

Hiertussendoor flaneert de rest van Salamanca – het is zaterdag – met boodschappentassen, kinderwagens, honden- aan-de-lijn, wandelstokken en smartphones. Voorts de binnenlandse toeristen in regenjas, in trui, in korte broek, in korte mouwen, allen  behangen met camera’s, druk pratend en elkaar fotograferend. En natuurlijk de buitenlandse toeristen, ook behangen met camara’s maar een stuk minder luidruchtig. De hele mikmak strijkt tegen twee, half drie neer op de alomtegenwoordige terrasjes  voor een hapje, een koffie, een biertje of een glas wijn. De apotheose van dit alles vindt plaats op het Plaza Major, waar de intensiteit dubbel is.

 De achtergrond van dit spektakel is de mooie stad Salamanca, met de grandioze nieuwe kathedraal (gothisch met een barok koepel), talloze stijlvolle kerken, paleizen en universiteitsgebouwen. In Salamanca is de oudste universiteit van Europa gevestigd. Het is een veel te mooie zonnige dag om musea in te duiken, maar er zijn er genoeg. Voor een volgende keer maar.


Wel bestijgen we de trappen omhoog (Scala Coeli) de torens in van het Jezuieten klooster voor een kijkje van bovenaf, en bezoeken het Art Nouveau museum Casa Lis, gevestigd in een aangenaam contemporair gebouw, en volgestouwd met dito vazen, beelden, schilderijen, meubiliar, lampen, objects d’art  enz. enz. Verbluffend compleet -en erg leuk. 


 Als we op stalpoten terugkeren in de Parador, blijkt de tuin omgetoverd in een speeltuin voor de communiekindertjes, en voor de ouders  staan de verkoelingen en versnaperingen klaar op grote tafels. Morgenavond vliegen we weer op Amsterdam, en we gaan nu nog iets leuks kiezen om morgen te doen.
      

vrijdag 24 mei 2013

Salamanca

Het weer wordt steeds beter naarmate de reis vordert. Het is zonnig, droog en vooruit, fris. En nog steeds lopen de locals in jassen rond.  Ik loop er tussen in T-shirt, als zonderlinge noorderling. We kijken nog even rond in Avila voordat we verder gaan.


Op het  Plaza Mayor is de vrijdagse groentemarkt. Het kleinste kraampje is het meest in trek, de mensen staan in de rij. Wat verkopen ze daar? Olijven. Van die grote, met knoflook. Erg lekker.
Daarna zijn we nieuwsgierig hoe de kathedraal van Avila er van binnen uitziet. Dat kan geregeld worden, maar dan moet je ook de tour doen met de kloostergang, de kerkschatten en de sacristie. Nou, wat een spullen verzamel je toch in al die eeuwen katholicisme. Zijden kazuivels, felkleurig geschilderde triptieken, gouden miskelken, ivoren kruisbeelden, weelderig ge caligrafeerde missalen, enz. enz. Misschien leidt het toch af van het hoofdidee van christendom: een beetje aardig zijn voor mekaar. Maar, aardig zijn ze hier overigens wel.   
Even tussendoor: dit zijn de brievenbussen bij het postkantoor. Klasse of niet?  

Onderweg naar Salamanca nemen we nog een kijkje in  Madrigal de las Altas Torres. Een slaperig stadje met oude mooi gerestaureerde monumenten, en helemaal geen toeristen. Hier is Isabel van Aragon geboren, die als koningin de grote Christobal Colon op reis naar Amerika stuurde. Wij noemen de goede man om een mij duistere reden Columbus.    
Later komen we aan in Salamanca, een vrij grote stad, en checken in bij de laatste Parador van de reis. Het is een groot modern ding met een majestueus  uitzicht op de kathedraal vanuit de ruime lobby met weelderig marmer. Uit verborgen speakers klinkt welluidende klassieke muziek, die zomaar ondeugend kan overgaan in iets als ‘The Pink Panther Theme’.  Aan de balie spreken ze voor Spaanse begrippen kneitergoed Engels, en ze kunnen zorgen dat we ons Belangrijke Gasten voelen.     
Als je  de Puente Romano (de brug uit de tijd van Trajanus) overgaat -dat moet te voet- , ben je zo in de binnenstad. Maar dat gaan we morgen doen.













donderdag 23 mei 2013

Monastario de San Lorenzo el Real de El Escorial

Wij Hollanders kennen Philips II niet als de grote koning die hij hier in Spanje is.
Hij stuurde de Hertog van Alva naar een vervelend buitengebied van zijn immense rijk, waar de mensenzijn belasting niet wouden betalen. Wat is nu helemaal de tiende penning? De afloop is bekend. Wij geuzen waren liever Turks dan Paaps en riepen onze eigen replubliek uit.
Na een oorlog die bijna een eeuw sudderde, waren ze van ons af en wij van hen. Er zit nog steeds een raar vlard in ons volkslied over de koning van Spanje.

Op ongeveer dertig kilometer van Madrid ligt het Escorial, dat Philips II eind zestiende eeuw liet bouwen in streng graniet. Het is immens groot en straalt grandeur uit. Het is een klooster, maar Philips woonde  er ook.
Tegen de absis van de basiliek aan had hij zijn paleis. Hij kon vanuit zijn vertrekken de diensten in de  kerk volgen, want hij was hartstochtelijk en streng katholiek. Ik zeg wel paleis, maar het is sober en spartaans. Geen blingbling voor Philips. De vertrekken zijn nu museum.
De basiliek is van binnen ook sober en spartaans, maar er zijn wel plafondfresco's van Italiaanse meesters, en prachtig van kleur.
Zoals te vermoeden valt, is het Escorial tegenwoordig een museum. Hier is een grote kans om een cultuurschok op te lopen. Philips II hield van schilderkunst en de vlaamse in het bijzonder. Dus kocht ie het een en
ander. Zijn opvolgers kochten nog meer en zo hangt er een belangwekkende verzameling grootmeesters: Titiaan, Tintoretto, van Dijck, Velasquez, Bosch plus meesters die we hier helemaal niet kennen.
Ook is er een galerij zestig meter lang, waar fresco's hangen (ze zijn uitgevoerd als pseudo wandtapijten) over beroemde veld- en zeeslagen ten tijde van en voor Philips II, die uiteraard succesvol waren voor Spanje.
Elke vierkante meter is een nauwkeurige blik waard, met leuke details en -weer- prachtige kleuren.
Maar iedereen heeft een limiet aan het oppervlak briljante fresco dat je per dag kan opnemen. Zo wij ook. Helaas mag er binnen niet gefotografeerd worden, dus jullie moeten het doen met het strenge graniet buiten.
Met een (relatief) klein reepje tuin met lineaalrecht geknipte heggen.

Maar dat doet het Escorial geen recht. Ik weet dat het Prado een website heeft met veel kunstwerken, die je in detail kan bekijken. Wellicht is dat ook beschikbaar voor het Escorial.    

woensdag 22 mei 2013

Sepúlveda

Bij het middeleeuwse stadje Sepúlveda ligt het Parque Natural Hoces del Rio Duratón. Door het park loopt het riviertje de Duratón, dat een mini Grand Canyon heeft uitgeslepen in de rotsen. Het reservaat is een broedplaats voor gieren en adelaars. Het een pracht wandeling langs de oever van de Duratón met vele vrolijk fluitende vogels.





Dan gaat het omhoog langs een steil pad tot we in Sepúlveda aankomen, waar net een  markt gehouden wordt. Het stadje is heel oud, met vele romaanse kerkjes. Vervolgens verdwalen we heftig en kunnen met geen mogelijkheid het parkeerterreintje vinden waar de auto staat. Via veel de weg vragen en het bewandelen van de inverse, komt het allemaal toch goed. De mensen hier zijn heel aardig en behulpzaam, maar ze spreken geen woord over de grens. Al met al een mooie ervaring, en we hebben veel gieren zien vliegen.

 We komen veel  later aan in Ávila dan de bedoeling was, maar dat geeft allemaal niet, we zijn op vakantie.
De binnenstad van Ávila is nog steeds omringd door een volledig stel stadsmuren, en de parador ligt binnen die muren. Er is nog net een dun parkeerplekje voor ons, pal voor de deur. We gaan snel nog  even een kijkje nemen in de stad voor we een stukje gaan eten. En daarna dit stukje op het www epibreren. Dat woord kennen ze hier ook, in de zin van ‘epibrar manaña’. Maar zonder dollen, de spanjaarden zijn hun siesta aan het inleveren. Er moet gewerkt worden, en centjes verdiend.

O ja, en nog wat ooievaars. Met z'n allen op een flatje





Segovia

De tocht van vandaag voert ons langs Madrid de Sierra de Guadarama in, die nog mooi besneeuwd zijn deze tijd van het jaar. Boven de 1800 meter kunnen we zowaar enkeldiep in de sneeuw lopen. Aan de andere kant van het gebergte dalen we weer af richting Segovia.
 
Filips V liet in de eerste helft van de 18e eeuw in de omgeving van Segovia  het buitenverblijf San Ildefonso neerzetten, dat moest lijken op Versailles. Het is een imposant geval, een koning waardig, en lekker koel  ‘s zomers. En in mei trouwens ook.


Er hangt een vorstelijke verzameling Vlaamse wandtapijten (groot en mooi), en verder is de inriching  prachtig compleet, met alle stijlmeubelen van rococo tot empire toe. Overal staan kostelijke antieke  uurwerken in alle vormen en maten, van simpele arcadische tafereeltjes in marmer tot vergulde klassieke tempels. Ze lopen allemaal min of meer gelijk, zodat je elk kwartier een gespreid salvo tinkeltjes door de paleiskamers hoort gaan. Hoogtepunt is de Chinese kamer, met elegant lakwerk en (waarschijnlijk) vreselijk dure dwerghoge Ming vazen. Maar goed, ze gaan lang mee die dingen. De tuin is een hogeschoolvoorbeeld van tuinarchitectuur. Groot (6 km) en prachtig aangelegd. En waar je ook kijkt zie je beelden en fontijnen. Maar er is natuurlijk ook veel bos.  Zoals een Engels  18e eeuws tuinboek voorschrijft:  ‘However small your garden is, make sure to plant at least two acres of woodland’.
Vlakbij ligt dus Segovia zelf boven op een steile heuvel, met een elegante kathedraal, en het  grootste overgebleven Romeinse  aquaduct in Europa. Op het puntje van de heuvel ligt het Alcazar, een middeleeuwse sterkte op de fundamenten van iets Moors.  


Het Alcazar gaat al bijna dicht om half acht en het is nu zeven uur. Gelukkig komen we er achter dat vandaag , de derde dinsdag van de maand, de tickets voor Europeaanse toeristen gratis zijn. Dat vanwege de vele bijdragen van Brussel aan het restaureren. Ik hanteer nog snel een fototoestel voor een troep Japanse jongelingen, die perse met z’n allen op de foto willen, en niet met z’n allen min een, en we duiken over het smalle bruggetjenog even het Alcazar in. Het is een middeleeuwse sterkte, met een mooie ridderzaal – prachtig gerestaureerd -, en zalen vol harnassen, kanons en kruisbogen. Vanuit de gothische ramen heb je mooi uitzicht op de groene  omgeving en kan je de Parador zien liggen, waar we logeren.

De parador van Segovia ligt buiten de stad op de heuvel  tegenover die van de oude binnenstad. Het is een modern geval met van binnen een verrassend knusse kasteelachtige sfeer. Als je bij ons op het balkon gaat staan, heb je een prachtig uitzicht op Segovia, en hoor je een nachtegaal zingen. De elegante kathedraal steek mooi af tegen het platteland erachter, en het aquaduct ligt in de zon te bakken. 

Tegen donker zitten we in de eetzaal met vorstelijk uitzicht op Segovia. De lucht kleurt eerst roze en dan rood, en hier en daar plingelen de eerste lichtjes. De pot schaft eerst allerlei snackjes, dan artisjokken met ham, en groente in tempura, vervolgens gefrituurde langoustines en een stuk ‘suckling pig’ uit een houtoven. Gelukkig is er een lift en hoeven we niet met de trap naar de kamer te strompelen. 
We wennen snel aan de gebruikelijke dagindeling: ontbijt: laat, lunch: laat, diner: laat.





Buenos Tardes.


maandag 20 mei 2013

Alcalá De Henares

De ontbijtzaal is dezelfde als de eetzaal gisteravond.  Het is de oude refter met een antiek eikenhouten plafond, een kansel voor stichtelijk voorlezen tijdens het eten, maar  op deze maandagochtend een lekker Brandenburgs concertje over de speakers. Het ontbijt is overvloedig, met allerlei zoete en hartige Spaanse specialiteiten. Van het zoet proberen we de amandelen in honing, verpakt in twee stukken ouwel. Lekker. Dan koffie met een broodje gebakken ei  en gedroogde ham (Hans) en fruit (Marca), en een bakje gebakken broodkruim met chorizo. Ook lekker. Gisteren hadden we zes voorgerechtjes, waaronder gebakken lamsingewanden. Je moet alles proberen.

De reis van vanmorgen voert langs een van de twee lieflijke riviertjes van gisteren richting Ciudad Encantada. Dat is een natuurgebied waar moeder natuur het krijt sediment  heeft geërodeerd tot een betoverde stad zonder inwoners, maar met rotsen de meest wonderlijke vormen. Huizen, grote Barca’s, enorme paddestoelen, mythische beesten en menselijke gezichten. Een betoverende ervaring. Wel proberen we een beetje uit de buurt te blijven van een klas schoolreizigers, die luid lopen te kwetteren en te twitteren.  

Vervolgens rijden we naar Alcalá De Henares, een universiteitsstadje vlakbij Madrid. Het centrum is erg mooi, met bijna 500 beschermde monumenten vanaf de renaissance tot  barok. Het geheel is indertijd prettig ruim opgezet, en het centrum is een groot voetgangersgebied. Het weer is enorm opgeknapt, en het is gezellig druk op straat.
Voor het geboortehuis van Cervantes zitten Don Quichotte en Sancho Panza op een bankje. Iedereen die wil mag met ze op de foto. Wij ook, anders krijg je spijt.

Op de daken van de meeste monumenten nestelen ooievaars. Heel erg apart!
De parador is een oud consilio, waar ze een modern dak overheen hebben gezet, en allerlei modern spul omheen. Het geheel is voor de verandering smaakvol. We zitten in een blitse studio, op een steenworp afstand van het oude centrum.
  










zondag 19 mei 2013

Cuenca

Sommige mensen zullen er wel om moeten lachen, maar voor ons is op zondagochtend om half tien vliegen best wel  vroeg. We lopen zo te gapen dat het helemaal tocht in het vliegtuig.  
Sinds de vorige keer dat we er waren is er op Schiphol weer het een en ander veranderd. Alleen Voor speciale gevallen met bulkige bagage, rolstoelen en ander gedoe zijn er nog een paar gewone incheckbalies. Voor de rest  is het de bedoeling dat iedereen zelf incheckt bij speciale automaten. Verderop kan je je bagage kwijt op dezelfde manier als je een leeg kratje inlevert bij de supermarkt.
Ons incheckapparaat geeft ons een keurig bonnetje dat ie ons niet heeft herkend, en we mogen aansluiten bij de speciale gevallen.  De vlucht is aangenaam kort: slechts twee uurtjes.
Het wachten bij de Avis voor een huurauto is nog korter: drie kwartier.
Maar we krijgen wel een splinternieuwe (nog witte) Polo mee. Hiermee rijden we door de miezerregen  naar het stadje Cuenca.



 en checken in in de plaatselijke parador. Dit is een mooi omgebouwd klooster, en ligt aangenaam vlakbij de binnenstad. Je hoeft alleen een enge loopbrug over.
Cuenca is beroemd om  de huizen met balkons die vervaarlijk uitsteken boven  de kloven die de riviertjes Jucar en Heucar hier in het gesteente hebben uitgesleten.   


De binnenstad is Unesco erfgoed, dus met de bezienswaardigheden zit het wel goed: een mooie kathedraal, miriaden barokke kerken en kloosters, en de ruine van een Moors kasteel. In de twaalfde eeuw zaten hier de Moren en heette het Al Kunka.





Gelukkig hebben we alle benodigde apparaten, stekkertjes, snoertjes en muizen in de tas gedonderd. En zowaar hebben we Wifi hier in het klooster, dus de eerste blog kan zo het www op.